De raaf en de carambolaboom

Er was eens een zeer rijke man. Toen hij stierf liet hij zijn beide zonen een groot vermogen na. De beide broers waren echter heel verschillend: de oudste was hebzuchtig en de jongste was goedmoedig.

De oudste broer wilde het hele vermogen hebben en liet voor zijn jongere broer alleen een carambolaboom over. Deze boom was heel vruchtbaar en droeg mooie vruchten. De jongere broer zorgde goed voor de boom, gaf hem elke dag water en hoopte dat hij nog veel meer vruchten zou dragen. Die wilde hij dan verkopen en van de opbrengst leven.

Toen de vruchten rijp waren, vloog er echter een raaf voorbij die op een tak van de boom ging zitten en de vruchten begon op te eten. De jonge broer was heel ongelukkig toen hij dit iedere dag moest aanzien en hij wist niet wat hij moest doen.


Op een dag besloot hij onder de boom te blijven staan en met de raaf te praten. Hij riep: “Raaf, eet alsjeblieft mijn vruchten niet op. Deze boom is alles wat ik heb. Als je alle carambola’s opeet zal mijn familie van de honger sterven!”
“Maak je maar geen zorgen”, antwoordde de raaf. “Ik betaal je de vruchten in goud terug. Ga naar huis en maak een zak van twee el lang om het goud in te doen.”
Toen de man deze woorden hoorde, ging hij naar huis en zei tegen zijn vrouw, dat ze een zak van twee el lang moest naaien.

De volgende dag kwam de raaf zoals hij beloofd had. Hij liet de jongere broer op zijn rug zitten en bracht hem naar een plaats die vol met goud was. Hier vulde de man zijn zak. Toen vloog hij op de rug van de raaf weer naar huis terug.

Nog steeds hield de man van zijn oudere broer. Daarom nodigde hij hem een keer uit om te komen eten. Toen de oudere broer kwam, verwonderde hij zich dat alles zo veranderd was. Dit was niet meer het armoedige huisje van vroeger. Hij vroeg zijn jongere broer hoe dat zo gekomen was. En die vertelde hem alles wat gebeurd was. Toen de oudere broer dat gehoord had, bood hij zijn jongere broer zijn hele vermogen aan in ruil voor de carambolaboom.
De jongere broer nam het aanbod aan.

Toen het weer tijd voor de oogst was, kwam de raaf. De hebzuchtige broer praatte met de raaf, zoals zijn broer dat ook gedaan had en kreeg hetzelfde antwoord van de raaf. Maar hij was zo hebzuchtig dat hij in plaats van een zak van twee el een veel grotere zak maakte.
De volgende dag kwam de raaf en bracht hem naar de plaats waar het goud was. De oudere broer vulde de grote zak en alles waar maar goud in kon. Toen klom hij weer op de rug van de raaf om naar huis te vliegen.

 

Maar de last was veel te zwaar voor de raaf. Boven de zee zakten zijn vermoeide vleugels en de hebzuchtige oudere broer viel in het donkere water.

De jongere broer wachtte nog lang op hem, maar hij kwam nooit meer terug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Missio Nederland, 2013